Vanuit Lethem gezien zijn de Kanuku’s een donkere muur langs de zuidelijke horizon, vaak met wolken die aan de toppen blijven hangen. Het gebergte loopt over ongeveer honderd kilometer van oost naar west, reikt tot grofweg 1.000 meter en wordt door de Rupununi-rivier in tweeën gesneden. De naam wordt meestal uit het Wapishana vertaald als ‘rijk woud’, en biologen zijn het daarmee eens: een groot deel van alle vogel- en zoogdiersoorten die uit Guyana bekend zijn, is hier waargenomen.
Sinds 2011 is het grootste deel van het gebergte de Kanuku Mountains Protected Area, beheerd samen met de Makushi- en Wapishana-dorpen aan de rand, waarvan de bewoners er nog altijd het recht hebben om te jagen, te vissen en akkers aan te leggen. Het toerisme is kleinschalig en in handen van de gemeenschappen: een lodge in het woud bij Nappi, watervallen bij Moco Moco en Kumu, een ranch in Shulinab en rivierkampen in de kloof waar de Rupununi door het gebergte breekt.
Voor de meeste bezoekers zijn de Kanuku’s een aanvulling van een of twee dagen op een reis door de Rupununi — een kans om na dagen op de open savanne door koel bergwoud te lopen.
Hoogtepunten
- Zoeken naar een harpij bij een bewoond nest
- Een nacht in Maipaima Eco-Lodge en de trektocht naar de Jordan Falls
- Afkoelen bij de Kumu Falls of Moco Moco
- Balata-ambachtslieden in Nappi
- Een rivierkamp in de bergen, per boot vanaf de Rupununi
- Het uitzicht op het gebergte bij zonsondergang vanaf de savanne



Hoe lang blijven
In een halve dag bereik je vanuit Lethem Moco Moco of de Kumu Falls. Reken op twee nachten voor Nappi en Maipaima, en op drie of meer voor een rivierkamp in het gebergte zelf.
Beste uitvalsbasis
Lethem voor dagtochten; Maipaima Eco-Lodge bij Nappi voor de westelijke Kanuku’s; Saddle Mountain Ranch in Shulinab voor de zuidkant.



